Op 19 april 1945, verzamelden de 21.000 overlevende gedeporteerden van Buchenwald zich op de appelplaats van het kamp om allen samen de eed af te leggen tegenover al hun kameraden omgekomen tijdens hun deportatie naar Buchenwald, Dora, de commando’s en tijdens de dodenmarsen.
“Wij, gevangenen van Buchenwald, wij zijn vandaag bijeengekomen om de 51.000 vermoorde gevangenen te gedenken die omkwamen in Buchenwald en de Kommandos, gedood door de nazi-bruten en hun handlangers.
51.000 der onzen werden neergeschoten, opgehangen, doodgeslagen, verbrijzeld, verstikt, verdronken of gedood door inspuiting.
51.000 broeders, zonen, zijn ten onder gegaan te midden van hevig lijden omdat zij gestreden hebben tegen het regime van fascistische moordenaars.
51.000 echtgenotes, moeders en honderdduizenden kinderen beschuldigen.
Wij die overleefden en getuigen zijn van de nazi-bestialiteit hebben in machteloze woede de dood van onze kameraden aanschouwd. Indien iets de kracht gaf tot overleven, was het de idee dat eens de dag van rechtspraak zou aanbreken.
Vandaag zijn we eindelijk vrij.
Wij danken de geallieerde legers, de Amerikanen, de Britten, de Sovjetsoldaten en alle bevrijdingslegers die voor Vrede en Leven strijden in gans de wereld.
Wij brengen hulde aan de grote vriend van de antifascisten in alle landen, hij die de strijd voor een nieuwe wereld initieerde en organiseerde: F.D. ROOSEVELT. Hulde aan zijn nagedachtenis.
Wij, van Buchenwald, Russen, Fransen, Polen, Tsjechoslovaken en Duitsers, Spanjaarden, Italianen en Oostenrijkers, Belgen en Nederlanders, Luxemburgers, Roemenen, Joegoslaven en Hongaren, hebben samen tegen de SS, tegen de nazimisdadigers gestreden voor onze bevrijding.
Onze zaak is rechtvaardig, de overwinning zal ons toekomen.
In vele talen hebben wij een gemeenschappelijk harde en onverbiddelijke strijd gevochten. Deze strijd vergde vele slachtoffers en is nog niet ten einde. De vlaggen wapperen nog en de moordenaars van onze makkers zijn nog in leven. Onze beulen zijn nog in vrijheid.
Daarom zweren wij, op deze plaats van fascistische misdaden, voor de ganse wereld dat wij slechts de strijd zullen staken wanneer de laatste van de verantwoordelijken zal veroordeeld zijn door het Gerechtshof der Volkeren.
De definitieve vernietiging van het nazisme is onze opdracht. Ons ideaal is de opbouw van een nieuwe wereld in Vrede en Vrijheid. Wij zijn dit verplicht aan onze dode kameraden en aan hun familie. Hef nu de rechterhand op en zeg: “Ik zweer het”.
Deze eed, die nog steeds de overlevenden van Buchenwald, Dora en hun commando’s verbindt prefigureerde de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties (VN) in 1945.


