De herinnering aan Buchenwald is ons erfgoed. Verlicht de toekomst met de kracht van hun getuigenissen.

Text: Fritz Löhner-Beda

Melodie: Hermann Leopoldi

Gezang: Koor van het Musikgymnasium Schloss Belvedere onder leiding van Annette Schicha. Opgenomen op 14 januari 2004 in de zaal van het Musikgymnasium Schloss Belvedere, Weimar.

BUCHENWALD LIED

In december 1938 beval Lagerführer Arthur Rödl dat er een kamplied moest worden gecomponeerd, waarin hij een prijs beloofde die nooit aan de winnaars werd uitbetaald.
Het Buchenwald lied werd in drie dagen gecomponeerd door Hermann Leopoldi op tekst van de librettist van Franz Lehár , Fritz Löhner-Beda .
Gericht op het ondersteunen van de wil om weerstand te bieden, beviel het lied Rödl zo goed dat hij talloze en vermoeiende uren van collectieve repetities in het kamp bestelde, begeleid door het orkest.
Toch voelde voor anderen, zoals Robert Leibbrand, het zingen van het lied als een daad van verzet: ‘Toen de opdracht kwam om te zingen, zochten onze ogen het crematorium, uit wiens schoorsteen de vlammen naar de hemel stegen. We hebben al onze haat in het lied gestopt.”

Wenn der Tag erwacht, eh’ die Sonne lacht,
die Kolonnen ziehn zu des Tages Mühn
hinein in den grauenden Morgen.
Und der Wald ist schwarz und der Himmel rot,
und wir tragen im Brotsack ein Stückchen Brot
und im Herzen, im Herzen die Sorgen.

Refrain:

O Buchenwald, ich kann dich nicht vergessen,
weil du mein Schicksal bist.
Wer dich verließ, der kann es erst ermessen,
wie wondervoll die Freiheit ist!
O Buchenwald, wir jammern nicht und klagen,
und was auch unsre Zukunft sei –
║: wir wollen trotzdem „ja“ zum Leben sagen,
denn einmal kommt der Tag –
dann sind wir frei! :

 

Unser Blut ist heiß und das Mädel fern,
und der Wind singt leis, und ich hab sie so gern,
wenn treu, wenn treu sie mir bliebe!
Die Steine
sind hart, aber fest unser Schritt,
und wir tragen die Picken und Spaten mit
und im Herzen, im Herzen die Liebe

Refrain :

O Buchenwald, ich kann dich nicht vergessen,

………….

Die Nacht is zo kurz und der Tag zo lang,
doch ein Lied erklingt, das die Heimat zong,
wir lassen den Mut uns nicht rauben!
Halte Schritt, Kamerad, en meer nicht den Mut,

denn wir tragen den Willen zum Leben im Blut
und im Herzen, im Herzen den Glauben

Refrain:

O Buchenwald, ich kann dich nicht vergessen,

………….

Wanneer de dag ontwaakt, voordat de zon lacht,
scheppen de bemanningen zich in voor het zwoegen van de dag,
in de dageraad.
En het bos is zwart en de lucht rood,
we dragen een klein stukje brood in onze tassen
en in ons hart, in ons hart ons verdriet

Refrein :

Oh, Buchenwald, ik kan je niet vergeten,
want jij bent mijn lot.
Alleen iemand die je heeft verlaten, kan meten
hoe heerlijk vrijheid is!
Oh, Buchenwald, we klagen niet en klagen niet,
en wat onze toekomst ook mag brengen:
we willen nog steeds “ja” zeggen tegen het leven,
want op een dag zal de tijd komen –
dan zullen we vrij zijn!

Ons bloed loopt warm en het meisje is ver,
en de wind zingt zacht, en ik hou zielsveel van haar,
als ze waar is, blijft me trouw!
De stenen zijn hard, maar onze stappen zijn bepaald,
en we dragen de pikhouwelen en schoppen met ons mee,
en in ons hart, onze harten houden van

Refrein :

Oh, Buchenwald, ik kan je niet vergeten,
………….

De nacht is zo kort en de dag zo lang,
Maar als een lied uit ons vaderland wordt gehoord,
laten we ons niet van je moed beroven.
Houd gelijke tred, kameraad, en verlies de moed niet,
want we dragen de wil om te leven in ons bloed
en in ons hart, ons hartsgeloof

Refrein :

O Buchenwald, ich kann dich nicht vergessen,

………….